Warning (Jenny Joseph, 1961)



    When I am an old woman I shall wear purple
    With a red hat which doesn't go, and doesn't suit me.
    And I shall spend my pension on brandy and summer gloves
    And satin sandals, and say we've no money for butter.
    I shall sit down on the pavement when I'm tired
    And gobble up samples in shops and press alarm bells
    And run my stick along the public railings
    And make up for the sobriety of my youth.
    I shall go out in my slippers in the rain
    And pick flowers in other people's gardens
    And learn to spit.

    You can wear terrible shirts and grow more fat
    And eat three pounds of sausages at a go
    Or only bread and pickle for a week
    And hoard pens and pencils and beermats and things in boxes.

    But now we must have clothes that keep us dry
    And pay our rent and not swear in the street
    And set a good example for the children.
    We must have friends to dinner and read the papers.

    But maybe I ought to practice a little now?
    So people who know me are not too shocked and surprised
    When suddenly I am old, and start to wear purple.


Uit het gedicht van Jenny Joseph spreekt een verlangen uit het keurslijf van morele verplichtingen te stappen wanneer ze niet meer de zorg zal hebben over kinderen.


Hieronder een vrije vertaling:


    Als ik oud ben draag ik paars met een rode hoed,

    Dat staat me niet, maar ik doe het wel.

    Ik besteed mijn pensioen aan borrels,

    Aan zomerhandschoenen en satijnen slofjes,

    maar geld voor boter zal er dan niet zijn.

    En als ik moe ben ik ga op stoepjes zitten

    En in winkels rommel ik de monstertjes door elkaar en druk op alle alarmbellen.

    Met mijn wandelstok ratel ik langs de hekjes in de straat

    En compenseer zo de soberheid in mijn jeugd.

    Ik ga in de regen wandelen op slippers,

    Pluk bloemen uit de tuinen en leer spugen op straat.


    Je kunt vreselijke t-shirts dragen en aankomen in gewicht,

    En veel worstjes in een maaltijd eten,

    Of alleen maar brood en augurken een week lang

    En verzamel pennen, potloden, bierviltjes en andere dingen in dozen.


    Maar nu moeten we kleding hebben die ons droog houdt,

    Onze huur betalen en niet vloeken op straat

    Om een goed voorbeeld te zijn voor onze kinderen.

    We moeten vrienden uitnodigen voor etentjes en de kranten lezen.


    Maar misschien moet ik het nu al een beetje proberen?

    Zodat de mensen die me nu kennen later niet té geschokt en verrast zijn

    Als ik plotseling, oud geworden, paars ga dragen.